Kung Fu Papendrecht

Gele KeizerDe naam Kung Fu komt niet alleen voor binnen de gevechtskunsten.
Het verwijst naar de tijd, energie en arbeid die je in het beheersen van een kunde gelegd hebt.
Kung Fu wordt echter voornamelijk gebruikt als verzamelnaam voor Chinese vechtkunsten.

Kung Fu is dus niet een martiale kunst op zich! De naam Kung Fu heeft dezelfde bedoeling als “bal” bij ons. Voetbal, Volleybal, Basketbal enz. Je weet altijd dat het een sport is waarbij gespeeld wordt met een bal.

GESCHIEDENIS VAN HET KUNG FU
Het bewijsmateriaal voor het bestaan van martiale kunst technieken gaat duizenden jaren terug in de geschiedenis. Het lijkt erop dat de Chinese Gele Keizer Huangdi, die in 2698 v.c. de troon besteeg, begonnen is de martiale kunsten te organiseren.
Hij heeft een vorm van worstelen voor zijn troepen uitgevonden die Jiao Di heette.
Uiteindelijk werd Jiao Di ontwikkeld en werden bewegingen zoals houdgrepen, stoten en weringen toegevoegd. Het werd zelfs een sport tijdens de Qin dynastie (ongeveer in 221 v.c.).

BODHIDHARMA
BodhidharmaKung Fu bereikte zijn hoogtepunt in de Shaolin tempel.
Hier bedreven monniken Kung Fu voor de gezondheid en als zelfverdediging tijdens hun speurtocht naar verlichting.
De eerste Shaolin Tempel was een Boeddhistisch klooster en is gebouwd in 377 in Henan.
In 527 reisde de Boeddhistische monnik Bodhidharma naar de tempel. Hij trof de monniken in slechte gezondheid.
Bodhidharma gaf de monniken een reeks oefeningen die kracht, vitaliteit en innerlijke energie ontwikkelde.
Deze oefeningen worden beschouwd als het oorspronkelijk Shaolin Kung Fu.

CULTUUR
Het is ook van belang om te beseffen dat de Chinese vechtkunsten heel lang een filosofische en spirituele plek bij de Chinezen hebben gehad.

De Chinese vechtsporten ontwikkelden zich gelijktijdig met de opvattingen van het Confucianisme en het Taoïsme tijdens de Zhou Dynastie (1045 v.c. – 256 v.c.). Het was geen geïsoleerde ontwikkeling. Het Taoïstische concept van Yin en Yang werden verbonden met de harde en zachte technieken van Kung Fu.

De vechtsporten werden ook onderdeel van de begrippen van het Confucianisme, omdat ze onderdeel werden van de ultieme dingen die mensen moesten leren. Kung Fu werd in China als een integraal onderdeel in de opvoeding van wetenschappers en ambtenaren van de overheid gezien. Chinezen hechten grote waarde aan het beoefenen van Kung Fu, omdat het respect, geduld, ingetogenheid en moraal bij brengt aan de Kung Fu beoefenaren.

In China is Kung Fu vaak een onderdeel van het dagelijks leven. Er zijn geen hangplekken of buurthuizen.
Daar is er de lokale Kung Fu school die zorgt voor ontspanning en lichamelijke oefening.

Om het te beheersen kost moeite. Daarom heet iets ook ‘de moeite waard’.
Trainen en opgeven zijn beiden een leer proces. Wees slecht in het opgeven!
Je hoeft hiervoor geen Shao Lin monnik te zijn.

Van Shao Lin naar Wing Chun

BRANDENDE TEMPELS
Aan het einde van het Ming periode (1368-1644 na Christus) vernietigde de Chinese keizer alle Shaolin tempels uit vrees voor de martiale vaardigheden van de monniken. Vijf grootmeesters wisten te ontsnappen. De naam van één van deze grootmeesters was Ng Mui.